STATUTEN

Stichting Dementia Care Support Philippines

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze statuten wordt verstaan onder:

  • Bestuur: het bestuur van de Stichting;
  • Schriftelijk: bij brief, fax of e-mail, of bij boodschap die via een ander gangbaar communicatiemiddel wordt overgebracht en elektronisch of op schrift kan worden ontvangen, mits de identiteit van de verzender met afdoende zekerheid kan worden vastgesteld;
  • Statuten: de statuten van de Stichting, zoals die van tijd tot tijd zullen luiden;
  • Stichting: de rechtspersoon waarop de Statuten betrekking hebben.

Artikel 2. Naam en zetel

1. De Stichting draagt de naam: Stichting Dementia Care Support Philippines.
2. Zij heeft haar zetel te Zevenaar.

Artikel 3. Doel

1. De Stichting heeft ten doel: het ondersteunen van mensen met dementie en hun mantelzorgers en professionele zorgverleners op de Filipijnen, alsmede het bevorderen van kennisoverdracht, zorgprogramma’s en sociale ondersteuning in verband met dementiezorg aldaar en voorts al hetgeen in de ruimste zin met één en ander verband houdt, daartoe behoort en/of daartoe bevorderlijk kan zijn.
2. De Stichting tracht haar doel onder meer te bereiken door:
  • het organiseren van (online) workshops en trainingen voor mantelzorgers en zorgprofessionals op de Filipijnen;
  • het initiëren en ondersteunen van lokale pilotprojecten met betrekking tot de dementiezorg (thuisbegeleiding, dagopvang en lotgenotengroepen);
  • het verstrekken van informatiemateriaal en het vergroten van publieke bewustwording omtrent dementie;
  • samenwerken met lokale organisaties, instellingen en overheden in de Filipijnen voor structurele verbetering van zorg;
  • actief benaderen van donateurs, bedrijven en fondsen in Nederland door campagnes, evenementen en digitale platforms;
  • jaarlijks evalueren van projecten en rapporteren van bereikte resultaten aan belanghebbenden.
3. Tot de doelstelling van de Stichting is mede begrepen: het aanvaarden (of verwerpen dan wel niet aanvaarden) van verkrijgingen krachtens erfrecht of schenking, ook als daar een last of verplichting aan is verbonden.
4. De Stichting heeft niet ten doel het maken van winst.

Artikel 4. Vermogen

1. Het vermogen van de Stichting zal worden gevormd door:
  • a. subsidies en andere bijdragen;
  • b. schenkingen, erfstellingen en legaten;
  • c. alle andere verkrijgingen en baten.
2. De Stichting kan erfstellingen slechts aanvaarden onder het voorrecht van boedelbeschrijving.

Artikel 5. Bestuur

1. Het Bestuur bestaat uit een door het Bestuur te bepalen aantal van ten minste twee leden. De bestuurders worden benoemd door het Bestuur en voor de eerste maal bij deze akte.
2. Het Bestuur (met uitzondering van het eerste Bestuur, waarvan de leden in functie worden benoemd) kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De functies van secretaris en penningmeester kunnen ook door één persoon worden vervuld.
3. De bestuurders worden benoemd voor onbepaalde tijd.
4. Bij het ontstaan van één (of meer) vacature(s) in het Bestuur zullen de overblijvende bestuurders met algemene stemmen (of zal de enig overblijvende bestuurder) binnen drie maanden na het ontstaan van de vacature(s) daarin voorzien door de benoeming van één (of meer) opvolger(s).
5. Bij verschil van mening tussen de overblijvende bestuurders omtrent de benoeming, alsmede wanneer te eniger tijd alle bestuurders mochten komen te ontbreken voordat aanvulling van de ontstane vacature(s) plaats had, en voorts indien de overgebleven bestuurders zouden nalaten binnen de in lid 4 genoemde termijn in de vacature(s) te voorzien, zal die voorziening geschieden door de rechtbank op verzoek van iedere belanghebbende of op vordering van het openbaar ministerie.

Artikel 6. Vergaderingen en besluiten van het Bestuur

1. De vergaderingen van het Bestuur worden gehouden op de plaats als bij de oproeping vermeld.
2. Ieder half jaar wordt ten minste één vergadering gehouden.
3. Vergaderingen zullen voorts telkenmale worden gehouden, wanneer de voorzitter dit wenselijk acht of indien één van de andere bestuurders daartoe Schriftelijk en onder nauwkeurige opgave van de te behandelen punten aan de voorzitter het verzoek richt. Indien de voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg geeft zodanig dat de vergadering kan worden gehouden binnen drie weken na het verzoek, is de verzoeker gerechtigd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming van de vereiste formaliteiten.
4. De oproeping tot de vergadering geschiedt – behoudens het in lid 3 bepaalde – door de voorzitter, ten minste zeven dagen tevoren, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend, Schriftelijk.
5. De oproeping vermeldt behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen. Vergaderingen van het Bestuur kunnen ook worden gehouden door middel van telefonische- of videoconferenties, of door middel van enig ander communicatiemiddel, mits elke deelnemende bestuurder door alle anderen gelijktijdig kan worden gehoord.
6. Indien de door de Statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht zijn genomen, kunnen desalniettemin geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits alle in functie zijnde bestuurders aanwezig zijn en mits de besluiten worden genomen met algemene stemmen.
7. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het Bestuur; bij diens afwezigheid wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan.
8. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door een van de andere aanwezigen, door de voorzitter daartoe aangezocht. De notulen worden vastgesteld in de eerstvolgende vergadering en ten blijke daarvan getekend door de voorzitter en secretaris van die vergadering. Ondertekening van de notulen kan ook elektronisch plaatsvinden mits de identiteit van de ondertekenaars met afdoende zekerheid kan worden vastgesteld.
9. Het Bestuur kan in een vergadering alleen dan geldige besluiten nemen indien de meerderheid van zijn in functie zijnde stemgerechtigde leden in de vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. Een bestuurder kan zich in de vergadering door een mede-bestuurder laten vertegenwoordigen op overlegging van een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter voldoende, volmacht. Een bestuurder kan daarbij slechts voor één mede-bestuurder als gevolmachtigde optreden.

De bestuurder die een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de Stichting, meldt dit terstond aan de overige bestuurders en verschaft daarover alle relevante informatie. De overige bestuurders besluiten buiten aanwezigheid van de betrokken bestuurder of er sprake is van een tegenstrijdig belang. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een tegenstrijdig persoonlijk belang heeft. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit zou kunnen worden genomen, wordt het besluit desalniettemin genomen door het Bestuur onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen.
10. Het Bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuurders hun stem Schriftelijk hebben uitgebracht. Het bepaalde in de vorige volzin geldt ook voor besluiten tot wijziging van de Statuten of ontbinding van de Stichting. Voor besluitvorming buiten vergadering gelden dezelfde meerderheden als voor besluitvorming in vergadering. Van een buiten vergadering genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen stemmen door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na mede-ondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd.
11. Iedere bestuurder heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Voor zover de Statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle besluiten genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Indien de stemmen staken komt geen besluit tot stand. Één of meer bestuurders hebben het recht om binnen tien dagen na de vergadering waarin de stemmen hebben gestaakt, aan het Nederlands Arbitrage Instituut te verzoeken een adviseur te benoemen. De beslissing van de adviseur geldt alsdan als een besluit van het Bestuur.
12. Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één van de stemgerechtigden dit voor de stemming verlangt. Een schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.
13. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
14. In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de Statuten voorzien, beslist de voorzitter.

Artikel 7. Bestuursbevoegdheid en vergoedingen

1. Het Bestuur is belast met het besturen van de Stichting.
2. Het Bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.
3. Bij de vervulling van hun taak richten de bestuurders zich naar het belang van de Stichting en de met haar verbonden organisatie.
4. In geval van ontstentenis of belet van één of meer bestuurders is (zijn) de overblijvende bestuurder(s) met het gehele bestuur belast. Het Bestuur draagt er voor zorg dat een persoon wordt aangewezen die in geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders de Stichting tijdelijk bestuurt.

Onder belet van een bestuurder wordt in ieder geval verstaan:
  • a. de bestuurder is gedurende meer dan zeven dagen onbereikbaar door ziekte of andere oorzaken; of
  • b. de bestuurder is geschorst.
5. Aan de bestuurders kan een beloning worden toegekend. Kosten worden aan de bestuurders op vertoon van de bewijsstukken vergoed.

Artikel 8. Vertegenwoordiging

1. De Stichting wordt vertegenwoordigd door het Bestuur, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. De Stichting kan voorts worden vertegenwoordigd door twee gezamenlijk handelende bestuurders.
2. Het Bestuur kan aan één van de bestuurders alsmede aan derden volmacht geven om de Stichting te vertegenwoordigen binnen de in die volmacht omschreven grenzen.

Artikel 9. Einde lidmaatschap van het Bestuur

Het lidmaatschap van het Bestuur eindigt:

  • door overlijden van een bestuurder;
  • bij verlies van het vrije beheer over het vermogen van een bestuurder;
  • door zijn aftreden;
  • bij schriftelijke ontslagneming (bedanken);
  • bij ontslag op grond van artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek.

Artikel 10. Boekjaar, jaarstukken en uitkeringenregister

1. Het boekjaar van de Stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
2. Het Bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de Stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de Stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de Stichting kunnen worden gekend.
3. Per het einde van ieder boekjaar maakt de penningmeester een balans en een staat van baten en lasten over het geëindigde boekjaar op. Deze jaarstukken worden binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan het Bestuur aangeboden.
4. De jaarstukken worden door het Bestuur vastgesteld. Vaststelling van de jaarstukken door het Bestuur strekt de penningmeester tot decharge voor het door hem gevoerde beheer.
5. Het Bestuur houdt een register bij waarin de namen en adressen van alle personen worden opgenomen aan wie door de Stichting een uitkering is gedaan die niet meer bedraagt dan vijfentwintig procent (25%) van het voor uitkering vatbare bedrag in een bepaald boekjaar, alsmede het bedrag van de uitkering en de datum waarop deze is gedaan.

Artikel 11. Commissies

Het Bestuur is bevoegd een of meer commissies in te stellen, waarvan de taken en bevoegdheden alsdan zullen worden vastgesteld bij huishoudelijk reglement.


Artikel 12. Raad van Advies

Het Bestuur kan een Raad van Advies instellen, die alsdan in ieder geval tot taak zal hebben het Bestuur gevraagd en ongevraagd te adviseren. De verdere taken en bevoegdheden zullen alsdan bij huishoudelijk reglement worden vastgesteld.


Artikel 13. Directeur

1. Het Bestuur kan een directeur benoemen en deze belasten met de dagelijkse gang van zaken van de Stichting.
2. Indien een directeur is benoemd kan deze door het Bestuur met inachtneming van de daartoe strekkende wettelijke bepalingen worden ontslagen.
3. De directeur heeft in de vergaderingen van het Bestuur een adviserende stem.

Artikel 14. Reglementen

1. Het Bestuur is bevoegd een of meer reglementen vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld welke niet in de Statuten zijn vervat.
2. De reglementen mogen niet met de wet of de Statuten in strijd zijn.
3. Het Bestuur is te allen tijde bevoegd de reglementen te wijzigen of op te heffen.
4. Op de vaststelling, wijziging en opheffing van de reglementen is het bepaalde in artikel 15 leden 1 en 2 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 15. Statutenwijziging

1. Het Bestuur is bevoegd de Statuten te wijzigen. Onverminderd het bepaalde in artikel 6 lid 10 moet het besluit daartoe worden genomen met unanimiteit der stemmen in een vergadering van het Bestuur, waarin alle stemgerechtigde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
2. Zijn in een vergadering, waarin een voorstel als bedoeld in lid 1 aan de orde is gesteld, niet alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd, dan zal een tweede vergadering van het Bestuur worden bijeengeroepen, te houden niet eerder dan zeven dagen, doch niet later dan eenentwintig dagen na de eerste, waarin een zodanig besluit kan worden genomen met unanimiteit der stemmen en in welke vergadering ten minste de meerderheid van de in functie zijnde stemgerechtigde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is.
3. Iedere bestuurder is bevoegd de notariële akte van statutenwijziging te verlijden.

Artikel 16. Ontbinding en vereffening

1. Het Bestuur is bevoegd de Stichting te ontbinden. Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde in artikel 15 leden 1 en 2 van overeenkomstige toepassing.
2. De Stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is.
3. De vereffening geschiedt door het Bestuur.
4. De vereffenaars dragen er zorg voor dat van de ontbinding van de Stichting inschrijving geschiedt in het register, bedoeld in artikel 2:289 Burgerlijk Wetboek.
5. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de Statuten zoveel mogelijk van kracht.
6. Een eventueel batig saldo van de ontbonden Stichting wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling of van een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt.
7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden Stichting gedurende zeven jaren berusten onder de jongste vereffenaar.

Artikel 17. Slotbepaling

In alle gevallen waarin zowel de wet als de Statuten niet voorzien, beslist het Bestuur.


Artikel 18. Overgangsbepaling

Het eerste boekjaar van de Stichting loopt tot en met 31 december 2026. Dit artikel vervalt na afloop van het tweede boekjaar van de Stichting.


Statuten vastgesteld bij notariële akte d.d. 20 februari 2026 • Notaris: Mr. A.F. Laarberg-Trynes, Montferland • Zaaknummer: 30342